BWBR0003513
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 2
Meet- en rekenvoorschrift hoofdstuk V Wet geluidhinder
1. Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau op een immissiepunt buiten een woning of ander gebouw ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan wordt rekening gehouden met:
a. de over de betreffende etmaalperiode energetisch gemiddelde immissierelevante bronsterkte bij een representatieve bedrijfssituatie;
b. de representatieve geluidoverdracht tussen geluidsbron en immissiepunt;
c. de verzwakking van het geluid ten gevolge van de geometrische uitbreiding van het geluidsveld;
d. de verzwakking van het geluid door absorptie van geluidenergie in de atmosfeer;
e. de invloed van de bodem op de geluidoverdracht;
f. reflecties van het geluid;
g. afschermingen van het geluid;
h. de invloed van de vegetatie op de geluidoverdracht.
2. Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau op een immissiepunt buiten een woning of ander gebouw ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan wordt slechts rekening gehouden met het op het immissiepunt invallend geluid.
3. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van een geluidszone rond dat terrein, bevindt het immissiepunt zich op 5 m boven het maaiveld.
4. Indien vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van een woning of ander gebouw, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de hoogste geluidsbelasting optreedt.
a. de over de betreffende etmaalperiode energetisch gemiddelde immissierelevante bronsterkte bij een representatieve bedrijfssituatie;
b. de representatieve geluidoverdracht tussen geluidsbron en immissiepunt;
c. de verzwakking van het geluid ten gevolge van de geometrische uitbreiding van het geluidsveld;
d. de verzwakking van het geluid door absorptie van geluidenergie in de atmosfeer;
e. de invloed van de bodem op de geluidoverdracht;
f. reflecties van het geluid;
g. afschermingen van het geluid;
h. de invloed van de vegetatie op de geluidoverdracht.
2. Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau op een immissiepunt buiten een woning of ander gebouw ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan wordt slechts rekening gehouden met het op het immissiepunt invallend geluid.
3. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van een geluidszone rond dat terrein, bevindt het immissiepunt zich op 5 m boven het maaiveld.
4. Indien vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van een woning of ander gebouw, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de hoogste geluidsbelasting optreedt.