BWBR0003511
Geldig vanaf 1983-01-13
Artikel 6
Besluit erkenningsnormen gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten
1. Het bestuur draagt de verantwoordelijkheid voor het functioneren van het gezinsvervangend tehuis overeenkomstig de in artikel 3, eerste lidomschreven doelstelling.
2. De taak en de bevoegdheden van het bestuur worden schriftelijk vastgelegd. Voor iedere medewerker wordt een taakomschrijving vastgesteld en schriftelijk vastgelegd. De bevoegdheid tot het doen van uitgaven en het aangaan van verplichtingen wordt eveneens schriftelijk vastgelegd. Door het hoofd van het gezinsvervangend tehuis wordt een dienstrooster opgesteld voor de medewerkers in het tehuis, dat de goedkeuring van het bestuur behoeft.
3. Indien een gezinsvervangend tehuis gebruik maakt van de diensten van een centraal bureau, worden de bevoegdheden en de taak van dit bureau ten aanzien van het gezinsvervangend tehuis schriftelijk vastgelegd.
4. Tussen de bij de werkzaamheden betrokken personen vinden periodieke besprekingen en schriftelijke rapportage plaats.
2. De taak en de bevoegdheden van het bestuur worden schriftelijk vastgelegd. Voor iedere medewerker wordt een taakomschrijving vastgesteld en schriftelijk vastgelegd. De bevoegdheid tot het doen van uitgaven en het aangaan van verplichtingen wordt eveneens schriftelijk vastgelegd. Door het hoofd van het gezinsvervangend tehuis wordt een dienstrooster opgesteld voor de medewerkers in het tehuis, dat de goedkeuring van het bestuur behoeft.
3. Indien een gezinsvervangend tehuis gebruik maakt van de diensten van een centraal bureau, worden de bevoegdheden en de taak van dit bureau ten aanzien van het gezinsvervangend tehuis schriftelijk vastgelegd.
4. Tussen de bij de werkzaamheden betrokken personen vinden periodieke besprekingen en schriftelijke rapportage plaats.