BWBR0003510
Geldig vanaf 1983-01-13
Artikel 20
Besluit erkenningsnormen dagverblijven voor gehandicapten
1. Het bestuur draagt de dagelijkse leiding van het dagverblijf op aan een hoofd.
2. Aan het kinderdagverblijf zijn voor de dagelijkse begeleiding leiders verbonden in een verhouding van één leider op 5 gehandicapten, dan wel twee leiders per groep van 8 of meer gehandicapten. Aan het dagverblijf voor ouderen zijn leiders verbonden in een verhouding van één leider op 6 gehandicapten.
3. Aan het dagverblijf zijn voorts verbonden:
a. een orthopedagoog en/of psycholoog volgens door Onze Minister te stellen regelen;
b. een arts.
4. Het dagverblijf maakt gebruik van de diensten van een bewegingstherapeut en/of fysiotherapeut als consulent en, voor zover gehandicapten voor behandeling zijn geïndiceerd, ter behandeling van deze gehandicapten.
5. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een muziektherapeut.
6. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een logopedist als consulent en, voor zover gehandicapten voor behandeling zijn geïndiceerd, ter behandeling van deze gehandicapten.
7. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een spelbegeleider ten behoeve van spelbehandeling, tenzij het gaat om een kinderdagverblijf uitsluitend bestemd voor meervoudig gehandicapten.
8. Indien in het dagverblijf lichamelijk gehandicapten aanwezig zijn, maakt het bovendien gebruik van de diensten van een revalidatie-arts als consulent.
9. Het dagverblijf draagt zorg voor voldoende personeel om te voorzien in de administratieve, huishoudelijke en technische diensten.
10. De in het eerste en derde lid genoemde medewerkers maken in ieder geval deel uit van het selectie- en begeleidingsteam van het dagverblijf; de overige medewerkers worden waar nodig door het team betrokken bij de teamwerkzaamheden bedoeld in de artikelen 11en 12.
2. Aan het kinderdagverblijf zijn voor de dagelijkse begeleiding leiders verbonden in een verhouding van één leider op 5 gehandicapten, dan wel twee leiders per groep van 8 of meer gehandicapten. Aan het dagverblijf voor ouderen zijn leiders verbonden in een verhouding van één leider op 6 gehandicapten.
3. Aan het dagverblijf zijn voorts verbonden:
a. een orthopedagoog en/of psycholoog volgens door Onze Minister te stellen regelen;
b. een arts.
4. Het dagverblijf maakt gebruik van de diensten van een bewegingstherapeut en/of fysiotherapeut als consulent en, voor zover gehandicapten voor behandeling zijn geïndiceerd, ter behandeling van deze gehandicapten.
5. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een muziektherapeut.
6. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een logopedist als consulent en, voor zover gehandicapten voor behandeling zijn geïndiceerd, ter behandeling van deze gehandicapten.
7. Het kinderdagverblijf maakt gebruik van de diensten van een spelbegeleider ten behoeve van spelbehandeling, tenzij het gaat om een kinderdagverblijf uitsluitend bestemd voor meervoudig gehandicapten.
8. Indien in het dagverblijf lichamelijk gehandicapten aanwezig zijn, maakt het bovendien gebruik van de diensten van een revalidatie-arts als consulent.
9. Het dagverblijf draagt zorg voor voldoende personeel om te voorzien in de administratieve, huishoudelijke en technische diensten.
10. De in het eerste en derde lid genoemde medewerkers maken in ieder geval deel uit van het selectie- en begeleidingsteam van het dagverblijf; de overige medewerkers worden waar nodig door het team betrokken bij de teamwerkzaamheden bedoeld in de artikelen 11en 12.