BWBR0003473
Geldig vanaf 1982-02-24
Artikel 18
Staatsexamenbesluit SPD bedrijfsadministratie
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, kan de examenleider hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen, dan wel minder vergaande maatregelen nemen. Indien de ontzegging betrekking heeft op een kandidaat die meer dan één deelexamen aflegt, kan de ontzegging het geheel aan deelexamens omvatten.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het examen, kan de examencommissie de kandidaat het diploma, bedoeld in artikel 28, of het certificaat, bedoeld in artikel 27en de cijferlijst onthouden of kan zij bepalen, dat de betrokken kandidaat het diploma of het certificaat en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de examencommissie aan te wijzen onderdelen en op de door haar te bepalen wijze.
3. De beslissing bedoeld in het eerste of tweede lid wordt terstond in afschrift toegezonden aan de voorzitter.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de examenleider en tegen een beslissing van de examencommissie, in beroep gaan bij de door de Informatie Beheer Groep in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mogen leden van de examencommissie geen deel uitmaken. In overeenstemming met <a href="/wet/BWBR0002399/artikel/30a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30a van de Wet op het voortgezet onderwijs</a>wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verdaagd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen.
5. Bij toepassing van het eerste en vierde lid ontvangt de kandidaat geen bericht over de resultaten van reeds gemaakt en ingeleverd werk. Evenmin kan hij een beroep doen op artikel 32, tweede lid.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het examen, kan de examencommissie de kandidaat het diploma, bedoeld in artikel 28, of het certificaat, bedoeld in artikel 27en de cijferlijst onthouden of kan zij bepalen, dat de betrokken kandidaat het diploma of het certificaat en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de examencommissie aan te wijzen onderdelen en op de door haar te bepalen wijze.
3. De beslissing bedoeld in het eerste of tweede lid wordt terstond in afschrift toegezonden aan de voorzitter.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de examenleider en tegen een beslissing van de examencommissie, in beroep gaan bij de door de Informatie Beheer Groep in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mogen leden van de examencommissie geen deel uitmaken. In overeenstemming met <a href="/wet/BWBR0002399/artikel/30a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30a van de Wet op het voortgezet onderwijs</a>wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verdaagd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen.
5. Bij toepassing van het eerste en vierde lid ontvangt de kandidaat geen bericht over de resultaten van reeds gemaakt en ingeleverd werk. Evenmin kan hij een beroep doen op artikel 32, tweede lid.