BWBR0003459
Geldig vanaf 1982-01-01
Artikel 13
Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen
1. De verzoeker maakt zijn voornemen tot het indienen van een verzoek in ieder geval zoveel mogelijk gelijktijdig bekend door middel van:
a. kennisgeving in één of meer in de in artikel 12, onder a, bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 12, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 4 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. De verzoeker stelt een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en opmerkingen ten aanzien van het ontwerp schriftelijk te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 76, tweede lid, onder b van de wetof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
4. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 12, onder a, kunnen indien zij hiertoe uitgenodigd zijn door een verzoeker als bedoeld in artikel 12, onder b of c, in plaats van deze toepassing geven aan het eerste lid of het tweede lid.
a. kennisgeving in één of meer in de in artikel 12, onder a, bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 12, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 4 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. De verzoeker stelt een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en opmerkingen ten aanzien van het ontwerp schriftelijk te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 76, tweede lid, onder b van de wetof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
4. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 12, onder a, kunnen indien zij hiertoe uitgenodigd zijn door een verzoeker als bedoeld in artikel 12, onder b of c, in plaats van deze toepassing geven aan het eerste lid of het tweede lid.