BWBR0003453
Geldig vanaf 1981-11-21
Artikel 3
Besluit samenstelling en werkwijze commissie beheer landbouwgronden
1. De leden hebben zitting voor het tijdvak van vijf jaren, doch uiterlijk totdat zij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt.
2. De aftredende leden, met uitzondering van hen, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt, zijn terstond herbenoembaar.
3. Degene, die in de commissie de plaats inneemt van een lid, wiens zittingsduur nog niet verstreken was, heeft zitting tot het einde van die duur.
2. De aftredende leden, met uitzondering van hen, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt, zijn terstond herbenoembaar.
3. Degene, die in de commissie de plaats inneemt van een lid, wiens zittingsduur nog niet verstreken was, heeft zitting tot het einde van die duur.