BWBR0003448
Geldig vanaf 1981-11-23
Artikel 6
Invoerbesluit landen 1981
Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. de vergunning moet bij de invoer van goederen, waarvoor zij is verleend, in handen worden gesteld van de daarbij betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene, die haar heeft verleend;
c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.
a. de vergunning moet bij de invoer van goederen, waarvoor zij is verleend, in handen worden gesteld van de daarbij betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene, die haar heeft verleend;
c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.