BWBR0003407
Geldig vanaf 1981-05-30
Artikel 5
Beschikking steunverlening bijenteelt 1981
De steun wordt slechts verleend indien de organisatie van bijenhouders
a. elke bijenhouder, die zulks heeft verzocht op een door de STULM nader vast te stellen formulier opgave heeft laten doen van de door hem gedurende het betrokken verkoopseizoen op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten;
b. de bij haar ingediende opgaven als bedoeld onder a ter beschikking houdt van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij;
c. een aanvraag tot steun indient bij de STULM, op een door deze nader vast te stellen formulier, welke aanvraag tenminste behelst het aantal gedurende het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt aangeraagd, op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten waarvoor opgaven als bedoeld onder a bij haar zijn ingediend, alsmede het ontwerp van een algemeen programma als bedoeld in artikel 5 van de Verordening, voor zover de organisatie van bijenhouders de steun waarvoor genoemde aanvraag wordt ingediend wenst aan te wenden ter financiering van dat algemene programma dan wel indien zij daartoe uit hoofde van de Verordening of de uitvoeringsbepalingen is gehouden.
d. de goedkeuring van de Minister heeft verkregen voor het onder c bedoelde algemene programma;
e. zich ertoe verplicht binnen drie maanden na afloop van het verkoopseizoen waarvoor zij steun heeft ontvangen schriftelijk verslag uit te brengen aan de STULM over de met behulp van de steun gevoerde acties en hierbij alle door de STULM gewenste inlichtingen te verstrekken;
f. zich ertoe verplicht alle overige uit hoofde van de Verordening, de uitvoeringsbepalingen en deze beschikking op haar rustende verplichtingen na te komen en de ter zake gegeven aanwijzingen van de STULM op te volgen.
a. elke bijenhouder, die zulks heeft verzocht op een door de STULM nader vast te stellen formulier opgave heeft laten doen van de door hem gedurende het betrokken verkoopseizoen op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten;
b. de bij haar ingediende opgaven als bedoeld onder a ter beschikking houdt van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij;
c. een aanvraag tot steun indient bij de STULM, op een door deze nader vast te stellen formulier, welke aanvraag tenminste behelst het aantal gedurende het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt aangeraagd, op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten waarvoor opgaven als bedoeld onder a bij haar zijn ingediend, alsmede het ontwerp van een algemeen programma als bedoeld in artikel 5 van de Verordening, voor zover de organisatie van bijenhouders de steun waarvoor genoemde aanvraag wordt ingediend wenst aan te wenden ter financiering van dat algemene programma dan wel indien zij daartoe uit hoofde van de Verordening of de uitvoeringsbepalingen is gehouden.
d. de goedkeuring van de Minister heeft verkregen voor het onder c bedoelde algemene programma;
e. zich ertoe verplicht binnen drie maanden na afloop van het verkoopseizoen waarvoor zij steun heeft ontvangen schriftelijk verslag uit te brengen aan de STULM over de met behulp van de steun gevoerde acties en hierbij alle door de STULM gewenste inlichtingen te verstrekken;
f. zich ertoe verplicht alle overige uit hoofde van de Verordening, de uitvoeringsbepalingen en deze beschikking op haar rustende verplichtingen na te komen en de ter zake gegeven aanwijzingen van de STULM op te volgen.