BWBR0003405
Geldig vanaf 1981-09-01
Artikel 2
Besluit aanwijzing toestellen die geen luchtvaartuig zijn
De volgende toestellen zijn geen luchtvaartuig in de zin van artikel 1, onder b, van de Luchtvaartwet:
a. ballonnen, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4 m3 hebben, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan.
b. vervallen;
c. kabelvliegers;
d. luchtschepen, die op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting hebben van 5 m of een inhoud van ten hoogste 4 m3;
e. modelvliegtuigen, waarvan de massa ten hoogste 20 kg bedraagt;
f. valmschermzweeftoestellen;
g. zeilvliegtuigen, waarvan de massa met uitzondering van het veiligheidstuig en in de constructie opgenomen delen van de reddingsuitrusting ten hoogste 40 kg bedraagt.
a. ballonnen, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4 m3 hebben, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan.
b. vervallen;
c. kabelvliegers;
d. luchtschepen, die op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting hebben van 5 m of een inhoud van ten hoogste 4 m3;
e. modelvliegtuigen, waarvan de massa ten hoogste 20 kg bedraagt;
f. valmschermzweeftoestellen;
g. zeilvliegtuigen, waarvan de massa met uitzondering van het veiligheidstuig en in de constructie opgenomen delen van de reddingsuitrusting ten hoogste 40 kg bedraagt.