BWBR0003358
Geldig vanaf 2003-08-11
Artikel 1b
Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen en snijbloemen
1. Bloembollen worden slechts in de handel gebracht indien zij voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:
a. ze zijn nagenoeg vrij van, althans met het blote oog waarneembare, schadelijke organismen die de kwaliteit van de bloembollen aantasten, dan wel tekenen of symptomen daarvan die de bruikbaarheid van de bloembollen schaden;
b. ze zijn nagenoeg vrij van gebreken die de kwaliteit van de bloembollen kunnen aantasten;
c. ze hebben voldoende groeikracht en afmetingen met het oog op hun bruikbaarheid als bloembollen;
d. ze zijn rechtstreeks afkomstig van teeltmateriaal dat in het stadium van staand gewas bij controle nagenoeg vrij is bevonden van schadelijke organismen en ziekten, dan wel tekenen of symptomen daarvan;
e. ze bezitten, indien verhandeld met een verwijzing naar het ras overeenkomstig artikel 1d, voldoende rasidentiteit en raszuiverheid.
2. Bloembollen die op basis van zichtbare tekenen of symptomen niet nagenoeg vrij zijn van schadelijke organismen worden op adequate wijze behandeld of, zo nodig, verwijderd.
3. De vorige leden zijn niet van toepassing op bloembollen bestemd voor proeven of wetenschappelijke doeleinden, voor selectie of voor instandhouding van de genetische diversiteit.
a. ze zijn nagenoeg vrij van, althans met het blote oog waarneembare, schadelijke organismen die de kwaliteit van de bloembollen aantasten, dan wel tekenen of symptomen daarvan die de bruikbaarheid van de bloembollen schaden;
b. ze zijn nagenoeg vrij van gebreken die de kwaliteit van de bloembollen kunnen aantasten;
c. ze hebben voldoende groeikracht en afmetingen met het oog op hun bruikbaarheid als bloembollen;
d. ze zijn rechtstreeks afkomstig van teeltmateriaal dat in het stadium van staand gewas bij controle nagenoeg vrij is bevonden van schadelijke organismen en ziekten, dan wel tekenen of symptomen daarvan;
e. ze bezitten, indien verhandeld met een verwijzing naar het ras overeenkomstig artikel 1d, voldoende rasidentiteit en raszuiverheid.
2. Bloembollen die op basis van zichtbare tekenen of symptomen niet nagenoeg vrij zijn van schadelijke organismen worden op adequate wijze behandeld of, zo nodig, verwijderd.
3. De vorige leden zijn niet van toepassing op bloembollen bestemd voor proeven of wetenschappelijke doeleinden, voor selectie of voor instandhouding van de genetische diversiteit.