BWBR0003297
Geldig vanaf 1980-06-01
Artikel 3
Regeling samenstelling bestrijdingsmiddelen
1. Een bestrijdingsmiddel mag geen stof bevatten die uitsluitend of mede dient:
a. om aan het bestrijdingsmiddel een geur te geven;
b. om de geur van het bestrijdingsmiddel te beïnvloeden.
2. Het in het eerste lid, onder a, bepaalde geldt niet voor zover de geur noodzakelijk is in verband met een of meer toelatingscriteria als bedoeld in artikel 3, dan wel 3a van de wet.
3. Het in het eerste lid, onder b, bepaalde geldt niet voor zover bij de toelating om bijzondere redenen anders wordt bepaald.
a. om aan het bestrijdingsmiddel een geur te geven;
b. om de geur van het bestrijdingsmiddel te beïnvloeden.
2. Het in het eerste lid, onder a, bepaalde geldt niet voor zover de geur noodzakelijk is in verband met een of meer toelatingscriteria als bedoeld in artikel 3, dan wel 3a van de wet.
3. Het in het eerste lid, onder b, bepaalde geldt niet voor zover bij de toelating om bijzondere redenen anders wordt bepaald.