BWBR0003292
Geldig vanaf 1980-02-09
Artikel 2
Besluit instelling adviescommissie voor de oorsprong 1980
1. De commissie bestaat uit ten hoogste 13 leden.
2. De Ministers van Economische Zaken, van Financiën en van Landbouw en Visserij wijzen ieder voor zich ten hoogste twee ambtelijke vertegenwoordigers in de commissie aan. De Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland wijst uit het midden van de secretarissen, adjunct-secretarissen of secretariaatsmedewerkers van de Kamers van Koophandel en Fabrieken ten hoogste 6 vertegenwoordigers in de commissie aan.
3. Maast de vertegenwoordigers, bedoeld in het voorgaande lid, wijst de Minister van Economische Zaken een voorzitter van de commissie aan.
4. De Minister van Economische Zaken voorziet in het secretariaat van de commissie.
5. De Ministers en de Vereniging, bedoeld in het tweede lid, kunnen tevens voorzien in de plaatsvervanging van de door hen aangewezen leden van de commissie.
6. De commissie bestaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze beschikking uit:
voorzitter: mr. F. Weiss;
voor de Minister van Economische Zaken: drs. L. Brakel en G. Sonnevelt;
voor de Minister van Financiën: A. Almekinders en mr. G. L. A. Richter;
voor de Minister van Landbouw en Visserij: mr. J. Goosens en T. W. Koonings;
voor de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland: J. van Gemeren, drs. C. Goldschmeding, mr. F. M. Luyten, mr. J. G. W. Simons, Jhr. mr. L. A. P. H. Storm van 's-Gravensande en mr. W. R. Veldhuyzen.
2. De Ministers van Economische Zaken, van Financiën en van Landbouw en Visserij wijzen ieder voor zich ten hoogste twee ambtelijke vertegenwoordigers in de commissie aan. De Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland wijst uit het midden van de secretarissen, adjunct-secretarissen of secretariaatsmedewerkers van de Kamers van Koophandel en Fabrieken ten hoogste 6 vertegenwoordigers in de commissie aan.
3. Maast de vertegenwoordigers, bedoeld in het voorgaande lid, wijst de Minister van Economische Zaken een voorzitter van de commissie aan.
4. De Minister van Economische Zaken voorziet in het secretariaat van de commissie.
5. De Ministers en de Vereniging, bedoeld in het tweede lid, kunnen tevens voorzien in de plaatsvervanging van de door hen aangewezen leden van de commissie.
6. De commissie bestaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze beschikking uit:
voorzitter: mr. F. Weiss;
voor de Minister van Economische Zaken: drs. L. Brakel en G. Sonnevelt;
voor de Minister van Financiën: A. Almekinders en mr. G. L. A. Richter;
voor de Minister van Landbouw en Visserij: mr. J. Goosens en T. W. Koonings;
voor de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland: J. van Gemeren, drs. C. Goldschmeding, mr. F. M. Luyten, mr. J. G. W. Simons, Jhr. mr. L. A. P. H. Storm van 's-Gravensande en mr. W. R. Veldhuyzen.