BWBR0003266
Geldig vanaf 1979-11-01
Artikel 2
Mandaatbeschikking Wet arbeid buitenlandse werknemers
1e. Beschikkingen ter zake van een tewerkstellingsvergunning kunnen namens de Minister van Sociale Zaken worden vastgesteld en ondertekend door:
a. de directeur-generaal voor de Arbeidsvoorziening;
b. het hoofd van de hoofdafdeling Internationale arbeidsmarktzaken en Emigratie;
c. het hoofd van het bureau Internationale Arbeidsbemiddeling en -vergunningen;
d. de directeuren van de gewestelijke arbeidsbureaus.
2e. Verklaringen kunnen namens de Minister van Sociale Zaken worden vastgesteld en ondertekend door de in het eerste lid, onder a, t/m c., bedoelde ambtenaren.
3e. Beschikkingen ter zake van een vergunningenlimiet kunnen namens de Minister van Sociale Zaken worden vastgesteld en ondertekend door de in het eerste lid, onder a., bedoelde ambtenaar.
4e. Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet ten aanzien van de vaststelling en ondertekening van beschikkingen die krachtens artikel 17 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers op een bezwaarschrift worden gegeven.
a. de directeur-generaal voor de Arbeidsvoorziening;
b. het hoofd van de hoofdafdeling Internationale arbeidsmarktzaken en Emigratie;
c. het hoofd van het bureau Internationale Arbeidsbemiddeling en -vergunningen;
d. de directeuren van de gewestelijke arbeidsbureaus.
2e. Verklaringen kunnen namens de Minister van Sociale Zaken worden vastgesteld en ondertekend door de in het eerste lid, onder a, t/m c., bedoelde ambtenaren.
3e. Beschikkingen ter zake van een vergunningenlimiet kunnen namens de Minister van Sociale Zaken worden vastgesteld en ondertekend door de in het eerste lid, onder a., bedoelde ambtenaar.
4e. Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet ten aanzien van de vaststelling en ondertekening van beschikkingen die krachtens artikel 17 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers op een bezwaarschrift worden gegeven.