BWBR0003250
Geldig vanaf 1979-07-21
Artikel 14
Wet instelling gemeente Lelystad
1. De kandidaatstelling en de eventuele stemming voor de eerste verkiezing van de leden van de raad der gemeente Lelystad geschieden op door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen dagen, met dien verstande dat de stemming plaatsvindt uiterlijk vier maanden na de dag waarop dit hoofdstuk in werking treedt.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde verkiezing kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken besluiten tot afwijking van de in artikel G 3 der Kieswetbedoelde termijnen inzake registratie van namen en aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De krachtens dit artikel te kiezen raad zal bestaan uit het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing van artikel 5 der gemeentewette bepalen aantal leden.
4. Als kiezersregister voor de eerste verkiezing van de raad wordt aangemerkt het gedeelte van het kiezersregister van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", betrekking hebbende op degenen die op de dag der kandidaatstelling werkelijke woonplaats hebben in het in het eerste lid van artikel 2omschreven gebied.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde verkiezing kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken besluiten tot afwijking van de in artikel G 3 der Kieswetbedoelde termijnen inzake registratie van namen en aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De krachtens dit artikel te kiezen raad zal bestaan uit het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing van artikel 5 der gemeentewette bepalen aantal leden.
4. Als kiezersregister voor de eerste verkiezing van de raad wordt aangemerkt het gedeelte van het kiezersregister van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", betrekking hebbende op degenen die op de dag der kandidaatstelling werkelijke woonplaats hebben in het in het eerste lid van artikel 2omschreven gebied.