BWBR0003248
Geldig vanaf 1979-08-01
Artikel 3
Bekostigingsbeschikking Vakopleiding buitengewoon onderwijs
1. De opleiding van elk instituut omvat:
a. een tweejarige cursus buitengewoon onderwijs;
b. een vierjarige cursus gehoorgestoorden – A en B,
2. De opleiding van een instituut omvat tevens:
a. nascholingscursussen;
b. cursussen voor schoolleiders. De duur van deze cursussen bedraagt ten minste 1 jaar en ten hoogste 1½ jaar.
3. De cursusactiviteiten worden opgenomen in een aan deze beschikking gehecht basisprogramma.
4. De Minister kan goedkeuren dat bij een opleiding een of meer der cursussen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet worden gegeven.
5. De Minister kan goedkeuren dat onder door hem te stellen voorwaarden, de Onderwijsraad gehoord, bij een opleiding een of meer andere cursussen dan die, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gegeven.
6. Behalve uit lessen kunnen de cursusactiviteiten bestaan uit studiedagen, practica, praktijkbegeleiding, begeleiding van studiegroepen, praktijkoriënterende bezoeken, excursies, tentamens en examens.
7. De duur van een les is 50 minuten.
8. Voor de cursussen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het aantal leraarlessen per cursus de uitkomst van de formule: 15 n + 6 (cursussen nieuwe stijl) of: 8 n + 6 (cursussen niet-nieuwe stijl) en voor de cursussen, bedoeld in het tweede lid, die van de formule: 5 n + 6. De uitkomst van de berekening wordt op een geheel getal naar boven afgerond. In de formule stelt n voor het aantal te vormen groepen.
9. De gemiddelde groepsgrootte van de opleiding is ten minste 16.
a. een tweejarige cursus buitengewoon onderwijs;
b. een vierjarige cursus gehoorgestoorden – A en B,
2. De opleiding van een instituut omvat tevens:
a. nascholingscursussen;
b. cursussen voor schoolleiders. De duur van deze cursussen bedraagt ten minste 1 jaar en ten hoogste 1½ jaar.
3. De cursusactiviteiten worden opgenomen in een aan deze beschikking gehecht basisprogramma.
4. De Minister kan goedkeuren dat bij een opleiding een of meer der cursussen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet worden gegeven.
5. De Minister kan goedkeuren dat onder door hem te stellen voorwaarden, de Onderwijsraad gehoord, bij een opleiding een of meer andere cursussen dan die, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gegeven.
6. Behalve uit lessen kunnen de cursusactiviteiten bestaan uit studiedagen, practica, praktijkbegeleiding, begeleiding van studiegroepen, praktijkoriënterende bezoeken, excursies, tentamens en examens.
7. De duur van een les is 50 minuten.
8. Voor de cursussen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het aantal leraarlessen per cursus de uitkomst van de formule: 15 n + 6 (cursussen nieuwe stijl) of: 8 n + 6 (cursussen niet-nieuwe stijl) en voor de cursussen, bedoeld in het tweede lid, die van de formule: 5 n + 6. De uitkomst van de berekening wordt op een geheel getal naar boven afgerond. In de formule stelt n voor het aantal te vormen groepen.
9. De gemiddelde groepsgrootte van de opleiding is ten minste 16.