BWBR0003221
Geldig vanaf 1999-11-30
Artikel 19
Huurprijzenwet woonruimte
1. Een voorstel tot wijziging van de huurprijs moet ten minste twee maanden vóór de voorgestelde datum van ingang van de wijziging schriftelijk worden gedaan en dient te vermelden:
a. de geldende huurprijs;
b. het percentage of het bedrag van de wijziging van de huurprijs;
c. de voorgestelde huurprijs;
d. de voorgestelde datum van ingang van de voorgestelde huurprijs;
e. de wijze waarop en het tijdvak waarbinnen de huurder, indien hij bezwaren heeft tegen het voorstel, daarvan kan doen blijken alsmede de gevolgen welke deze wet verbindt aan het niet doen blijken van bezwaren;
f. de wijze waarop de voorgestelde huurprijs is berekend, indien het een voorstel tot verhoging van de huurprijs betreft, waarin als voorgestelde datum van ingang van de voorgestelde huurprijs een datum is vermeld, die gelegen is in het tijdvak van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar en waarin een verhoging van de huurprijs wordt voorgesteld met meer dan het gemiddelde van de over de laatste vijf kalenderjaren, onmiddellijk voorafgaand aan die datum van 1 juli, ieder jaar in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentages, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn verhoogd.
2. Voor het doen van een voorstel tot verhoging van de huurprijs met het in het eerste lid, onder f, bedoelde percentage of minder stelt Onze Minister voorzover het woonruimte betreft, welke een zelfstandige woning vormt, een model vast waarvan de verhuurder gebruik kan maken.
3. Voor het doen van een voorstel tot verhoging van de huurprijs met meer dan het in het eerste lid, onder f, bedoelde percentage, alsmede voor het doen van een voorstel tot verlaging van de huurprijs dient voorzover het woonruimte betreft, welke een zelfstandige woning vormt, gebruik te worden gemaakt van een door Onze Minister vast te stellen formulier.
4. Indien een overeenkomst tot wijziging van de huurprijs tot stand komt naar aanleiding van een voorstel daartoe, dat niet voldoet aan het in het eerste lid in de aanhef en onder e, of aan het in het derde lid bepaalde, blijft de voordien geldende huurprijs verschuldigd, tenzij blijkt dat degene tot wie het voorstel was gericht door het verzuim niet is benadeeld.
a. de geldende huurprijs;
b. het percentage of het bedrag van de wijziging van de huurprijs;
c. de voorgestelde huurprijs;
d. de voorgestelde datum van ingang van de voorgestelde huurprijs;
e. de wijze waarop en het tijdvak waarbinnen de huurder, indien hij bezwaren heeft tegen het voorstel, daarvan kan doen blijken alsmede de gevolgen welke deze wet verbindt aan het niet doen blijken van bezwaren;
f. de wijze waarop de voorgestelde huurprijs is berekend, indien het een voorstel tot verhoging van de huurprijs betreft, waarin als voorgestelde datum van ingang van de voorgestelde huurprijs een datum is vermeld, die gelegen is in het tijdvak van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar en waarin een verhoging van de huurprijs wordt voorgesteld met meer dan het gemiddelde van de over de laatste vijf kalenderjaren, onmiddellijk voorafgaand aan die datum van 1 juli, ieder jaar in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentages, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn verhoogd.
2. Voor het doen van een voorstel tot verhoging van de huurprijs met het in het eerste lid, onder f, bedoelde percentage of minder stelt Onze Minister voorzover het woonruimte betreft, welke een zelfstandige woning vormt, een model vast waarvan de verhuurder gebruik kan maken.
3. Voor het doen van een voorstel tot verhoging van de huurprijs met meer dan het in het eerste lid, onder f, bedoelde percentage, alsmede voor het doen van een voorstel tot verlaging van de huurprijs dient voorzover het woonruimte betreft, welke een zelfstandige woning vormt, gebruik te worden gemaakt van een door Onze Minister vast te stellen formulier.
4. Indien een overeenkomst tot wijziging van de huurprijs tot stand komt naar aanleiding van een voorstel daartoe, dat niet voldoet aan het in het eerste lid in de aanhef en onder e, of aan het in het derde lid bepaalde, blijft de voordien geldende huurprijs verschuldigd, tenzij blijkt dat degene tot wie het voorstel was gericht door het verzuim niet is benadeeld.