BWBR0003215
Geldig vanaf 1979-01-23
Artikel 1
Benoeming leden en adviserende leden herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
De herinrichtingscommissie, genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, (Stb. 1977, 694), bestaat uit 31 leden, te weten.
a. de Commissaris der Koningin in de provincie Groningen, tevens voorzitter;
b. de Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe, tevens vice-voorzitter;
c. twee leden van Gedeputeerde Staten van Groningen, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;
d. twee leden van Gedeputeerde Staten van Drenthe, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;
e. een lid, aan te wijzen door de Regioraad Oost-Groningen;
f. een lid, aan te wijzen door de gemeente Groningen;
g. vier leden, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;
h. vier leden, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;
i. een lid, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;
j. een lid, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;
k. zes leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse landbouworganisaties gezamenlijk;
l. twee leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse organisaties van agrarische werknemers gezamenlijk;
m. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Veenkoloniën en Oost-Groningen;
n. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe;
o. een lid, aan te wijzen door de Milieufederatie Groningen;
p. een lid, aan te wijzen door de Milieuraad Drenthe;
q. een lid, aan te wijzen door de Stichting Opbouw Drenthe.
a. de Commissaris der Koningin in de provincie Groningen, tevens voorzitter;
b. de Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe, tevens vice-voorzitter;
c. twee leden van Gedeputeerde Staten van Groningen, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;
d. twee leden van Gedeputeerde Staten van Drenthe, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;
e. een lid, aan te wijzen door de Regioraad Oost-Groningen;
f. een lid, aan te wijzen door de gemeente Groningen;
g. vier leden, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;
h. vier leden, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;
i. een lid, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;
j. een lid, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;
k. zes leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse landbouworganisaties gezamenlijk;
l. twee leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse organisaties van agrarische werknemers gezamenlijk;
m. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Veenkoloniën en Oost-Groningen;
n. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe;
o. een lid, aan te wijzen door de Milieufederatie Groningen;
p. een lid, aan te wijzen door de Milieuraad Drenthe;
q. een lid, aan te wijzen door de Stichting Opbouw Drenthe.