BWBR0003195
Geldig vanaf 1978-01-01
Artikel 4
Besluit tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Indien de belanghebbende hoger beroepsonderwijs dan wel wetenschappelijk onderwijs heeft voltooid, wordt bij de vaststelling van de pensioengrondslag uitgegaan van het inkomen dat deze, gezien de aard van het onderwijs en de gekozen studierichting, in het jaar van indiening van de in artikel 24, eerste lid, der wet bedoelde aanvraag uit arbeid in beroep en/of functie zou hebben verdiend.
2. Indien de belanghebbende het in het eerste lid bedoelde onderwijs niet heeft kunnen voltooien, kan de pensioengrondslag, gezien de aard en de duur van het onderwijs en de gekozen studierichting, en mede gezien zijn leeftijd, verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag, worden vastgesteld als ware dit onderwijs voltooid.
2. Indien de belanghebbende het in het eerste lid bedoelde onderwijs niet heeft kunnen voltooien, kan de pensioengrondslag, gezien de aard en de duur van het onderwijs en de gekozen studierichting, en mede gezien zijn leeftijd, verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag, worden vastgesteld als ware dit onderwijs voltooid.