BWBR0003192
Geldig vanaf 1978-09-07
Artikel 3
Subsidieregeling minimumloon 1978
1. Aan een werkgever kan door de Minister van Sociale Zaken een subsidie worden toegekend indien:
a. de minimumloonsom in de onderneming van de werkgever ten minste 10% bedraagt van de totale loonsom;
b. de onderneming van de werkgever op het tijdstip van de aanvrage krachtens een wettelijke verplichting staat ingeschreven in het Handelsregister, het Centraal Visserijregister als bedoeld in het Registratiebesluit vissersvaartuigen (Stb. 1964, 143) of het Register van het landbouwschap, tenzij het een onderneming in de binnenscheepvaart betreft;
c. de werkgever zijn beroep of bedrijf rechtmatig uitoefent;
d. de minimumloontrekkenden, part-time minimumloontrekkenden, minimumjeugdloontrekkenden en part-time minimumjeugdloontrekkenden die op 2 januari 1978 bij de werkgever in dienstbetrekking zijn, naar redelijke verwachting gedurende het gehele jaar 1978 bij hem in dienstbetrekking zullen blijven of door andere werknemers op gelijksoortige arbeidsvoorwaarden zullen worden vervangen, dan wel reeds door andere werknemers op gelijksoortige arbeidsvoorwaarden zijn vervangen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt de totale loonsom in de onderneming van degene die slechts een gedeelte van het jaar 1977 werkgever is geweest, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller 12 is en de noemer gelijk is aan het aantal maanden van genoemd jaar, gedurende welke de betrokkene werkgever is geweest. Het aantal maanden wordt afgerond op volle maanden met dien verstande dat een gedeelte van een maand van 15 dagen of meer als een volle maand wordt gerekend en een kleiner gedeelte buiten beschouwing wordt gelaten.
3. Geen subsidie wordt toegekend aan een werkgever die aanspraak kan maken op subsidie ingevolge de Subsidieregeling minimumloon seizoengebonden bedrijven 1978 (Stcrt. 160).
a. de minimumloonsom in de onderneming van de werkgever ten minste 10% bedraagt van de totale loonsom;
b. de onderneming van de werkgever op het tijdstip van de aanvrage krachtens een wettelijke verplichting staat ingeschreven in het Handelsregister, het Centraal Visserijregister als bedoeld in het Registratiebesluit vissersvaartuigen (Stb. 1964, 143) of het Register van het landbouwschap, tenzij het een onderneming in de binnenscheepvaart betreft;
c. de werkgever zijn beroep of bedrijf rechtmatig uitoefent;
d. de minimumloontrekkenden, part-time minimumloontrekkenden, minimumjeugdloontrekkenden en part-time minimumjeugdloontrekkenden die op 2 januari 1978 bij de werkgever in dienstbetrekking zijn, naar redelijke verwachting gedurende het gehele jaar 1978 bij hem in dienstbetrekking zullen blijven of door andere werknemers op gelijksoortige arbeidsvoorwaarden zullen worden vervangen, dan wel reeds door andere werknemers op gelijksoortige arbeidsvoorwaarden zijn vervangen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt de totale loonsom in de onderneming van degene die slechts een gedeelte van het jaar 1977 werkgever is geweest, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller 12 is en de noemer gelijk is aan het aantal maanden van genoemd jaar, gedurende welke de betrokkene werkgever is geweest. Het aantal maanden wordt afgerond op volle maanden met dien verstande dat een gedeelte van een maand van 15 dagen of meer als een volle maand wordt gerekend en een kleiner gedeelte buiten beschouwing wordt gelaten.
3. Geen subsidie wordt toegekend aan een werkgever die aanspraak kan maken op subsidie ingevolge de Subsidieregeling minimumloon seizoengebonden bedrijven 1978 (Stcrt. 160).