BWBR0003185
Geldig vanaf 1978-07-19
Artikel 40
Vaststelling instructie voor de Reconstructiecommissie Midden-Delfland
1. Nadat de ingenieur van het kadaster de wensen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Wet heeft samengevat, worden door de reconstructiecommissie de richtlijnen herzien, indien daartoe behoefte bestaat. Deze herziene richtlijnen behoeven eveneens de goedkeuring van de Centrale Landinrichtingscommissie. Hierna stelt de ingenieur van het kadaster een ontwerp-toedeling op. Na verkregen overeenstemming over dit ontwerp tussen de ingenieur van het kadaster en de vaste leden van het Bureau van Uitvoering wordt dit ter nadere behandeling voorgelegd aan de Reconstructiecommissie.
2. Zodra de reconstructiecommissie met de behandeling van dit ontwerp gereed is, belegt zij zo nodig een vergadering met één of meer vertegenwoordigers van de Centrale Landinrichtingscommissie, waarin vooral de bijzondere aspecten van dit plan, alsmede bijzondere gevallen worden besproken.
3. De reconstructiecommissie legt, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, voorafgaande aan de wettelijke terinzagelegging ingevolge artikel 79 van de Wet, in daartoe door haar te houden zittingen het ontwerp van het plan van toedeling aan de belanghebbenden voor.
2. Zodra de reconstructiecommissie met de behandeling van dit ontwerp gereed is, belegt zij zo nodig een vergadering met één of meer vertegenwoordigers van de Centrale Landinrichtingscommissie, waarin vooral de bijzondere aspecten van dit plan, alsmede bijzondere gevallen worden besproken.
3. De reconstructiecommissie legt, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, voorafgaande aan de wettelijke terinzagelegging ingevolge artikel 79 van de Wet, in daartoe door haar te houden zittingen het ontwerp van het plan van toedeling aan de belanghebbenden voor.