BWBR0003179
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 2
EEG-IJkregeling vloeistofmeetinstallaties
De bepalingen van de bij deze regeling behorende bijlagen I, II en III moeten in acht genomen worden:
a. bij het verrichten van het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring en bij de eerste EEG-ijk,
b. bij de herkeuring en bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van meetinstallaties, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest,
c. bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van meetinstallaties, die voldoen aan het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van het Algemeen EEG-IJk-besluit maar ingevolge het tweede lid van dat artikel niet als EEG-geijkte meetmiddelen worden aangemerkt, een en ander met uitzondering van die bepalingen van bijlage II van deze regeling, die uitsluitend betrekking hebben op vloeistofmeters als afzonderlijke onderdelen voor meetinstallaties.
a. bij het verrichten van het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring en bij de eerste EEG-ijk,
b. bij de herkeuring en bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van meetinstallaties, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest,
c. bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van meetinstallaties, die voldoen aan het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van het Algemeen EEG-IJk-besluit maar ingevolge het tweede lid van dat artikel niet als EEG-geijkte meetmiddelen worden aangemerkt, een en ander met uitzondering van die bepalingen van bijlage II van deze regeling, die uitsluitend betrekking hebben op vloeistofmeters als afzonderlijke onderdelen voor meetinstallaties.