BWBR0003169
Geldig vanaf 1978-05-10
Artikel 7
Instelling Nationaal Sport Overleg
Indien een lid van het N.S.O. niet langer de functie bekleedt op grond waarvan hij voor het lidmaatschap van het N.S.O. werd voorgedragen, eindigt zijn lidmaatschap alleen dan, indien degene die de voordracht voor de benoeming heeft gedaan, de wens daartoe aan de minister kenbaar maakt. In dat geval zal op voordracht van degene die de voordracht tot de benoeming heeft gedaan, voor de resterende zittingsperiode iemand anders tot lid worden benoemd. Dit zal evenzo geschieden bij overlijden van een lid van het N.S.O., dan wel bij een tussentijds terugtreden als lid van het N.S.O. Deze bepaling is op overeenkomstige wijze van toepassing ten aanzien van de leden die niet op voordracht van de N.S.F., de V.N.G. of het I.P.O. zijn benoemd.