BWBR0003094
Geldig vanaf 1977-06-01
Artikel 114
Reconstructiewet Midden-Delfland
1. De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Minister van Financiën.
2. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>( <em>Stb.</em>1959, 301) en de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>( <em>Stb.</em>221) als ware die rente een rijksbelasting.
3. De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen.
4. Bezwaar en beroep bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>kunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond van artikel 107verschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld.
5. Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan:
a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen;
b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht.
6. Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel <em>b</em>, kan bij overeenkomst worden afgeweken.
2. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>( <em>Stb.</em>1959, 301) en de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>( <em>Stb.</em>221) als ware die rente een rijksbelasting.
3. De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen.
4. Bezwaar en beroep bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>kunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond van artikel 107verschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld.
5. Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan:
a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen;
b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht.
6. Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel <em>b</em>, kan bij overeenkomst worden afgeweken.