BWBR0003039
Geldig vanaf 1976-07-01
Artikel 2
Vrijstelling van vervangende dienst wegens kostwinnerschap van erkende gewetensbezwaarde
1. De erkende gewetensbezwaarde, die vrijstelling wegens kostwinnerschap verlangt, dient daarop aanspraak te kunnen doen gelden:
a. op de datum, welke voor hem voor het aanvangen van de gewone vervangende dienst is of zal worden vastgesteld;
b. uiterlijk op 1 januari van het jaar, waarin hij 19 jaar oud wordt, indien hij vóór dit tijdstip de gewone vervangende dienst zou moeten aanvangen en na ontvangst van de desbetreffende oproeping, doch vóór de datum van opkomst, aannemelijk maakt, dat hij op 1 januari van dat jaar zal verkeren in een geval, als bedoeld in artikel 1.
2. Aan de erkende gewetensbezwaarde, bedoeld in het vorig lid onder b, wordt – uiterlijk tot 1 januari van het jaar, waarin hij 19 jaar oud wordt – zo nodig uitstel van de gewone vervangende dienst verleend in afwachting van het tijdstip waarop artikel 1op hem van toepassing is.
a. op de datum, welke voor hem voor het aanvangen van de gewone vervangende dienst is of zal worden vastgesteld;
b. uiterlijk op 1 januari van het jaar, waarin hij 19 jaar oud wordt, indien hij vóór dit tijdstip de gewone vervangende dienst zou moeten aanvangen en na ontvangst van de desbetreffende oproeping, doch vóór de datum van opkomst, aannemelijk maakt, dat hij op 1 januari van dat jaar zal verkeren in een geval, als bedoeld in artikel 1.
2. Aan de erkende gewetensbezwaarde, bedoeld in het vorig lid onder b, wordt – uiterlijk tot 1 januari van het jaar, waarin hij 19 jaar oud wordt – zo nodig uitstel van de gewone vervangende dienst verleend in afwachting van het tijdstip waarop artikel 1op hem van toepassing is.