BWBR0003030
Geldig vanaf 1976-05-01
Artikel 15
Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
1. Aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden maandelijks ingezonden:
a. de declaraties wegens vergoedingen, bedoeld in artikel 13;
b. de declaraties wegens reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 14.
2. De in het eerste lid onder agenoemde declaraties vermelden de dagen waarop de bijeenkomsten zijn bijgewoond en bevatten een verklaring van de voorzitter der bijzondere kamer dat de declarant de opgegeven bijeenkomsten heeft bijgewoond.
3. De in het eerste lid onder bgenoemde declaraties worden voorzien van een verklaring van de voorzitter van de bijzondere kamer, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor het bijwonen van bijeenkomsten van de bijzondere kamer, voor het volbrengen van de door haar opgedragen verrichtingen of voor de installatie van de declarant, dan wel, dan wel voor het afleggen van de eed of belofte.
a. de declaraties wegens vergoedingen, bedoeld in artikel 13;
b. de declaraties wegens reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 14.
2. De in het eerste lid onder agenoemde declaraties vermelden de dagen waarop de bijeenkomsten zijn bijgewoond en bevatten een verklaring van de voorzitter der bijzondere kamer dat de declarant de opgegeven bijeenkomsten heeft bijgewoond.
3. De in het eerste lid onder bgenoemde declaraties worden voorzien van een verklaring van de voorzitter van de bijzondere kamer, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor het bijwonen van bijeenkomsten van de bijzondere kamer, voor het volbrengen van de door haar opgedragen verrichtingen of voor de installatie van de declarant, dan wel, dan wel voor het afleggen van de eed of belofte.