BWBR0003027
Geldig vanaf 1976-05-24
Artikel 4
Rechtspositieregeling voorzitters pre-gewesten
Alvorens zijn ambt te aanvaarden, wordt door de voorzitter in handen van Onze commissaris in de provincie, waarin de plaats van vestiging van het pre-gewest is gelegen, de volgende eed/belofte afgelegd:
Ik zweer/beloof trouw aan de Grondwet, en aan de Wetten des Rijks en dat ik de belangen van het pre-gewest.....
met al mijn vermogen zal voorstaan en bevorderen.
Ik zweer/verklaar, dat ik om tot voorzitter benoemd te worden, directelijk of indirectelijk aan geen persoon, ondet wat naam of voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of gegeven heb.
Ik zweer/beloof, dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenoemd enige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig./Dat verklaar en beloof ik.
Ik zweer/beloof trouw aan de Grondwet, en aan de Wetten des Rijks en dat ik de belangen van het pre-gewest.....
met al mijn vermogen zal voorstaan en bevorderen.
Ik zweer/verklaar, dat ik om tot voorzitter benoemd te worden, directelijk of indirectelijk aan geen persoon, ondet wat naam of voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of gegeven heb.
Ik zweer/beloof, dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenoemd enige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig./Dat verklaar en beloof ik.