BWBR0003016
Geldig vanaf 1976-03-14
Artikel 7
Reglement bescherming persoonsgegevens Bezitsvormingsfonds
1. De houder is gerechtigd in de registratie opgenomen gegevens op verzoek voor statistische, beleids- en controledoeleinden aan andere dienstonderdelen van het Ministerie te verschaffen.
2. Namen en adressen van de in de registratie opgenomen personen worden daarbij niet verstrekt dan voor beleids- en controledoeleinden na verkregen schriftelijke toestemming van de secretaris-generaal van het Ministerie op een daartoe strekkend met redenen omkleed schriftelijk verzoek.
3. Het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt slechts ingewilligd indien een zo groot belang is aangetoond, dat daartegen het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet opweegt. In dat geval wordt een afschrift van de met redenen omklede beslissing voor een ieder ter inzage gelegd bij de Centrale Afdeling Voorlichting van het Ministerie, tenzij het belang van de veiligheid van de Staat of de opsporing van strafbare feiten zich daartegen verzetten.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek betrekking heeft op het verschaffen van gegevens over met naam of adres of met beide aangeduide personen zijn het in het tweede lid over de toestemming bepaalde en de eerste zin van het derde lid van toepassing.
5. Bij gebleken verschil van inzicht met de secretaris-generaal kan de verzoeker de beslissing van de Minister inroepen. Deze beslist met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, behoudens de terinzagelegging in geval van een verzoek als bedoeld in het vierde lid.
2. Namen en adressen van de in de registratie opgenomen personen worden daarbij niet verstrekt dan voor beleids- en controledoeleinden na verkregen schriftelijke toestemming van de secretaris-generaal van het Ministerie op een daartoe strekkend met redenen omkleed schriftelijk verzoek.
3. Het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt slechts ingewilligd indien een zo groot belang is aangetoond, dat daartegen het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet opweegt. In dat geval wordt een afschrift van de met redenen omklede beslissing voor een ieder ter inzage gelegd bij de Centrale Afdeling Voorlichting van het Ministerie, tenzij het belang van de veiligheid van de Staat of de opsporing van strafbare feiten zich daartegen verzetten.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek betrekking heeft op het verschaffen van gegevens over met naam of adres of met beide aangeduide personen zijn het in het tweede lid over de toestemming bepaalde en de eerste zin van het derde lid van toepassing.
5. Bij gebleken verschil van inzicht met de secretaris-generaal kan de verzoeker de beslissing van de Minister inroepen. Deze beslist met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, behoudens de terinzagelegging in geval van een verzoek als bedoeld in het vierde lid.