BWBR0002987
Geldig vanaf 1975-08-01
Artikel 8
Beschikking vervoer besloten groepen
1. Bij de aanvraag van toestemming dienen de volgende gegevens te worden verstrekt:
a. naam en adres van de organiserende vereniging(en), als charteraar optredende en van een eventuele tussenpersoon, zo deze als charteraar optreedt;
b. het traject, waarop het vervoer plaats zal hebben en het doel van het vervoer;
c. een schriftelijke verklaring van iedere aan de vlucht deelnemende vereniging, inhoudende: 1º. dat het retourreizen betreft;
2º. het ledental van de vereniging;
3º. dat overigens voldaan wordt aan het in de artikelen 1 en 5 ten aanzien van besloten groepen en het vervoer daarvan bepaalde;
1º. dat het retourreizen betreft;
2º. het ledental van de vereniging;
3º. dat overigens voldaan wordt aan het in de artikelen 1 en 5 ten aanzien van besloten groepen en het vervoer daarvan bepaalde;
d. het aantal groepen, dat op één vliegtuig zal reizen;
e. telex- of telegramadres van de betrokken luchtvaartmaatschappij;
f. capaciteit en type van het vliegtuig;
g. de data en tijden van vertrek uit en aankomst in Nederland.
2. Wanneer zulks benodigd blijkt dienen aanvullende gegevens te worden overgelegd, zoals het overleggen van de statuten van de groep of vereniging, de ledenlijst en copie van het chartercontact, alsmede nadere informatie over doel en werkwijze van de groep of vereniging.
3. Voor vluchten op de Noord-Atlantische en andere intercontinentale routes dient door de betrokken luchtvaartmaatschappij(en), ingaande 1 januari 1976, ten minste vier weken voor de datum van de heenvlucht – per groep – aan de inspecteur-generaal een lijst te zijn overgelegd met de namen in alfabetische volgorde, de geboortedatum en de adressen van de deelnemers. Het in redelijke mate bijboeken van andere dan de opgegeven deelnemers, mits behorende tot de desbetreffende groep of vereniging, is na verkregen toestemming echter toegestaan tot aan de datum van de heenvlucht. De definitieve deelnemerslijst dient zich aan boord van het betrokken vliegtuig te bevinden en binnen een week na de datum van de heenvlucht aan de inspecteur-generaal te worden toegezonden.
4. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan verlangen dat de luchtvaartmaatschappijen hem periodiek gedetailleerde overzichten verstrekken van de door hen krachtens deze beschikking uitgevoerde vluchten.
a. naam en adres van de organiserende vereniging(en), als charteraar optredende en van een eventuele tussenpersoon, zo deze als charteraar optreedt;
b. het traject, waarop het vervoer plaats zal hebben en het doel van het vervoer;
c. een schriftelijke verklaring van iedere aan de vlucht deelnemende vereniging, inhoudende: 1º. dat het retourreizen betreft;
2º. het ledental van de vereniging;
3º. dat overigens voldaan wordt aan het in de artikelen 1 en 5 ten aanzien van besloten groepen en het vervoer daarvan bepaalde;
1º. dat het retourreizen betreft;
2º. het ledental van de vereniging;
3º. dat overigens voldaan wordt aan het in de artikelen 1 en 5 ten aanzien van besloten groepen en het vervoer daarvan bepaalde;
d. het aantal groepen, dat op één vliegtuig zal reizen;
e. telex- of telegramadres van de betrokken luchtvaartmaatschappij;
f. capaciteit en type van het vliegtuig;
g. de data en tijden van vertrek uit en aankomst in Nederland.
2. Wanneer zulks benodigd blijkt dienen aanvullende gegevens te worden overgelegd, zoals het overleggen van de statuten van de groep of vereniging, de ledenlijst en copie van het chartercontact, alsmede nadere informatie over doel en werkwijze van de groep of vereniging.
3. Voor vluchten op de Noord-Atlantische en andere intercontinentale routes dient door de betrokken luchtvaartmaatschappij(en), ingaande 1 januari 1976, ten minste vier weken voor de datum van de heenvlucht – per groep – aan de inspecteur-generaal een lijst te zijn overgelegd met de namen in alfabetische volgorde, de geboortedatum en de adressen van de deelnemers. Het in redelijke mate bijboeken van andere dan de opgegeven deelnemers, mits behorende tot de desbetreffende groep of vereniging, is na verkregen toestemming echter toegestaan tot aan de datum van de heenvlucht. De definitieve deelnemerslijst dient zich aan boord van het betrokken vliegtuig te bevinden en binnen een week na de datum van de heenvlucht aan de inspecteur-generaal te worden toegezonden.
4. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan verlangen dat de luchtvaartmaatschappijen hem periodiek gedetailleerde overzichten verstrekken van de door hen krachtens deze beschikking uitgevoerde vluchten.