BWBR0002957
Geldig vanaf 1977-01-01
Artikel 38
Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening
1. Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die een inrichting of instelling in stand houden op het tijdstip waarop bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de " Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten", die categorie van inrichtingen of die vorm van maatschappelijke dienstverlening is aangewezen en die op dat tijdstip rijkssubsidie genieten, worden geacht toegelaten te zijn in de zin van artikel 11en voor een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen termijn voorlopig erkend.
2. Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die een inrichting in stand houden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond van de " Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten" is erkend of voorlopig erkend, worden onder dezelfde voorschriften geacht te zijn erkend of voorlopig erkend op grond van deze wet en toegelaten in de zin van artikel 11.
2. Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die een inrichting in stand houden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond van de " Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten" is erkend of voorlopig erkend, worden onder dezelfde voorschriften geacht te zijn erkend of voorlopig erkend op grond van deze wet en toegelaten in de zin van artikel 11.