BWBR0002953
Geldig vanaf 1975-01-28
Artikel 3
Aanwijzing autoriteiten met betrekking tot disciplinaire straffen en beklag
1. De gestrafte, die zich over de hem opgelegde disciplinaire straf, over de omschrijving van de strafreden of over beide bezwaard acht, is bevoegd schriftelijk zijn beklag te doen. Het beklag wordt door tussenkomst van de strafoplegger ingediend.
2. Als autoriteit, door wie het beklag wordt behandeld, wordt aangewezen: het hoofd van de Stafafdeling Wetgeving en Juridische Aangelegenheden van het Ministerie van Sociale Zaken, en bij diens afwezigheid of ontstentenis het plaatsvervangend hoofd van genoemde stafafdeling.
2. Als autoriteit, door wie het beklag wordt behandeld, wordt aangewezen: het hoofd van de Stafafdeling Wetgeving en Juridische Aangelegenheden van het Ministerie van Sociale Zaken, en bij diens afwezigheid of ontstentenis het plaatsvervangend hoofd van genoemde stafafdeling.