BWBR0002946
Geldig vanaf 2007-11-15
Artikel 3
Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid, Wet verontreiniging oppervlaktewateren
1. Het is verboden een volgens het tweede lid aangewezen stof, die behoort tot de in de bijlage van dit besluit opgenomen afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, op welke wijze ook, in enig oppervlaktewater te brengen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Raad van de Waterstaat gehoord.
3. Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot stoffen, die slechts als sporen in andere stoffen voorkomen en die daaraan niet zijn toegevoegd om te zamen met die andere stoffen in enig oppervlaktewater te worden gebracht. Bij het in het tweede lid bedoelde besluit kan worden aangegeven welke concentraties of hoeveelheden per tijdseenheid van de aangewezen stof gelden als sporen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Raad van de Waterstaat gehoord.
3. Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot stoffen, die slechts als sporen in andere stoffen voorkomen en die daaraan niet zijn toegevoegd om te zamen met die andere stoffen in enig oppervlaktewater te worden gebracht. Bij het in het tweede lid bedoelde besluit kan worden aangegeven welke concentraties of hoeveelheden per tijdseenheid van de aangewezen stof gelden als sporen.