BWBR0002916
Geldig vanaf 2004-02-20
Artikel 1a
Regeling instructie Raad voor het Kwekersrecht
1. De Raad draagt er zorg voor, dat het onderzoek naar de zelfstandigheid van een ras, behorende tot een van de gewassen, bedoeld in artikel 1 van richtlijn nr. 2002/53/EGvan de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (Pb EG L 193), zich ten minste uitstrekt tot de kenmerken en voldoet aan de minimumeisen van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/90/EG.
2. De Raad draagt er zorg voor, dat het onderzoek naar de zelfstandigheid van een ras, behorende tot een van de gewassen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2002/55/EGvan de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb EG L 193), zich ten minste uitstrekt tot de kenmerken en voldoet aan de minimumeisen van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EG.
3. Alle raskenmerken en met een asterisk (*) aangegeven kenmerken die in de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/90/EGof in de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EGzijn aangegeven, worden in aanmerking genomen, tenzij de waarneming van een bepaald kenmerk onmogelijk wordt gemaakt door de expressie van een ander kenmerk, of de expressie van een kenmerk wordt verhinderd door de omstandigheden waaronder het onderzoek plaatsvindt.
4. Een wijziging van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/90/EGof van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EGgaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
2. De Raad draagt er zorg voor, dat het onderzoek naar de zelfstandigheid van een ras, behorende tot een van de gewassen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2002/55/EGvan de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb EG L 193), zich ten minste uitstrekt tot de kenmerken en voldoet aan de minimumeisen van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EG.
3. Alle raskenmerken en met een asterisk (*) aangegeven kenmerken die in de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/90/EGof in de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EGzijn aangegeven, worden in aanmerking genomen, tenzij de waarneming van een bepaald kenmerk onmogelijk wordt gemaakt door de expressie van een ander kenmerk, of de expressie van een kenmerk wordt verhinderd door de omstandigheden waaronder het onderzoek plaatsvindt.
4. Een wijziging van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/90/EGof van de bijlagen I en II van richtlijn nr. 2003/91/EGgaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.