BWBR0002897
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 3
Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967
De schipper van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat aan boord een zich in goede staat bevindende vlag van het Koninkrijk aanwezig is, en dat deze op vordering van de daartoe bevoegde autoriteiten wordt gehesen. Hij onthoudt zich van alle handelingen waardoor twijfel zou kunnen ontstaan over de nationaliteit van zijn vaartuig.