BWBR0002896
Geldig vanaf 1975-08-01
Artikel 25
Colportagewet
1. Een overeenkomst als in artikel 24, eerste lid, bedoeld is ontbonden, zodra de partij, die door de colporteur tot het deelnemen aan het goederenkrediet of het sluiten van de overeenkomst is bewogen, met inachtneming van het in het tweede lid bepaalde aan de wederpartij dan wel aan de betrokken leverancier of kredietgever heeft medegedeeld, dat hij ontbinding van de overeenkomst of van een tot het goederenkrediet behorende overeenkomst verlangt.
2. De in het eerste lid bedoelde mededeling dient uiterlijk te worden gedaan op de achtste dag, volgende op de dag dat de akte, bedoeld in artikel 24, eerste lid, door de partij, die door de colporteur tot het aangaan van de overeenkomst is bewogen, is ontvangen en aan de eisen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, is voldaan.
3. Een brief of briefkaart, die blijkens een bewijs van terpostbezorging uiterlijk op de in het tweede lid bedoelde achtste dag aangetekend aan het in artikel 24, tweede lid, onder a, bedoelde adres is verzonden, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht een mededeling te bevatten als in het eerste lid bedoeld. Zodanige brief of briefkaart wordt geacht de geadresseerde te hebben bereikt op het tijdstip, waarop die brief of briefkaart voor de eerste maal aan bedoeld adres ter uitreiking is aangeboden.
4. Artikel 23, vijfde lid, is in geval van ontbinding als bedoeld in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Deze ontbinding heeft terugwerkende kracht.
5. Nakoming van een uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis kan door ieder der partijen eerst worden gevorderd op de dag waarop de in het tweede lid bedoelde herroepingstermijn is verlopen.
2. De in het eerste lid bedoelde mededeling dient uiterlijk te worden gedaan op de achtste dag, volgende op de dag dat de akte, bedoeld in artikel 24, eerste lid, door de partij, die door de colporteur tot het aangaan van de overeenkomst is bewogen, is ontvangen en aan de eisen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, is voldaan.
3. Een brief of briefkaart, die blijkens een bewijs van terpostbezorging uiterlijk op de in het tweede lid bedoelde achtste dag aangetekend aan het in artikel 24, tweede lid, onder a, bedoelde adres is verzonden, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht een mededeling te bevatten als in het eerste lid bedoeld. Zodanige brief of briefkaart wordt geacht de geadresseerde te hebben bereikt op het tijdstip, waarop die brief of briefkaart voor de eerste maal aan bedoeld adres ter uitreiking is aangeboden.
4. Artikel 23, vijfde lid, is in geval van ontbinding als bedoeld in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Deze ontbinding heeft terugwerkende kracht.
5. Nakoming van een uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis kan door ieder der partijen eerst worden gevorderd op de dag waarop de in het tweede lid bedoelde herroepingstermijn is verlopen.