1. Voor opname op de in artikel 1, onderdeel a, bedoelde bijlage, naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvrage is tenminste vereist dat uit een onderzoek, uitgevoerd door de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw op verzoek van de aanvrager, is gebleken dat het ras of de groep van planten voldoet aan de vereisten, neergelegd in de artikelen 4 en 5 van de richtlijn nr. 2002/55/EGvan de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb EG L 193).
2. Voor opname op de in artikel 1, onderdeel a, bedoelde bijlagekomt voorts, naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag, in aanmerking het ras of de groep van planten welke op de in artikel 1, onderdeel b, bedoelde gemeenschappelijke rassenlijst voor groentegewassen is geplaatst.
3. Indien een ras of een groep van planten bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme zoals omschreven in artikel 2, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEGvan de Raad (Pb EG L 106), uitgezonderd die organismen die zijn verkregen door middel van in bijlage 1B bij die richtlijn vermelde genetische modificatietechnieken, vindt uitsluitend opname in de bijlage, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, plaats indien voor het in de handel brengen ervan overeenkomstig die richtlijn toestemming is verkregen.
4. Indien materiaal dat is afgeleid van een ras of groep van planten bestemd is voor gebruik als levensmiddel dat valt onder artikel 3 van verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Pb EU L 268), of als diervoeder dat valt onder artikel 15 van de verordening, vindt uitsluitend opname in de bijlage, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, plaats indien het levensmiddel of het diervoeder overeenkomstig die verordening in de handel mag worden gebracht.
5. Aan de op de bijlageopgenomen rassen of groepen van planten wordt een naam toegevoegd, waarvan de geschiktheid wordt bepaald aan de hand van artikel 63 van verordening (EG) nr. 2100/94van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 285).
6. De op de bijlageopgenomen genetisch gemodificeerde rassen en groepen van planten worden duidelijk als zodanig vermeld.