BWBR0002833
Geldig vanaf 1972-08-21
Artikel 5
Instelling Adviescommissie voor de beeldende vormgeving in relatie tot architectuur en ruimtelijke ordening
1. De commissie bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter.
2. De Minister benoemt en ontslaat de leden en de voorzitter.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
twee leden-beeldende kunstenaars op voordracht van de landelijke kunstenaarsorganisaties;
vier leden op voordracht van de Raad voor de Kunst, waarvan twee architecten en ten minste één beeldende kunstenaar;
één lid-beeldende kunstenaar op voordracht van de Rijksadviescommissie kunstwerken aan scholen.
4. Bij de voordracht en de benoeming van leden zal in acht worden genomen, dat de commissie dient te beschikken over leden van verschillende disciplines en met een uitgesproken affiniteit tot haar werkterrein.
2. De Minister benoemt en ontslaat de leden en de voorzitter.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
twee leden-beeldende kunstenaars op voordracht van de landelijke kunstenaarsorganisaties;
vier leden op voordracht van de Raad voor de Kunst, waarvan twee architecten en ten minste één beeldende kunstenaar;
één lid-beeldende kunstenaar op voordracht van de Rijksadviescommissie kunstwerken aan scholen.
4. Bij de voordracht en de benoeming van leden zal in acht worden genomen, dat de commissie dient te beschikken over leden van verschillende disciplines en met een uitgesproken affiniteit tot haar werkterrein.