BWBR0002748
Geldig vanaf 1971-03-10
Artikel 20
Deltaschadewet
1. De tegemoetkoming wordt uitgekeerd over een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de dag volgende op die, waarop de in artikel 2, eerste lid, onder cbedoelde arbeidsverhouding is beëindigd. Voor elk vol jaar waarmede de leeftijd van de belanghebbende bij beëindiging van de arbeidsverhouding 41 jaar overtreft, wordt de in de vorige volzin genoemde periode verlengd met:
1 maand voor de jaren ouder dan 41 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 48 jaar;
2 maanden voor de jaren ouder dan 47 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 52 jaar;
3 maanden voor de jaren ouder dan 51 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 56 jaar;
4 maanden voor de jaren ouder dan 55 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.
2. Ten aanzien van de belanghebbende die op de dag van beëindiging van de arbeidsverhouding de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, wordt de tegemoetkoming uitgekeerd tot aan het tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
3. De tegemoetkoming wordt voor bepaalde tijd verlaagd of ingetrokken indien de belanghebbende door een handelen of nalaten dat hem kan worden toegerekend, het verwerven van passende arbeid heeft belemmerd.
4. Het recht op de tegemoetkoming gaat te niet indien de belanghebbende gedurende een al dan niet onderbroken periode van twee jaren uitsluitend ten gevolge van het in mindering brengen van inkomsten uit arbeid geen tegemoetkoming ingevolge deze wet heeft genoten.
1 maand voor de jaren ouder dan 41 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 48 jaar;
2 maanden voor de jaren ouder dan 47 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 52 jaar;
3 maanden voor de jaren ouder dan 51 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 56 jaar;
4 maanden voor de jaren ouder dan 55 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.
2. Ten aanzien van de belanghebbende die op de dag van beëindiging van de arbeidsverhouding de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, wordt de tegemoetkoming uitgekeerd tot aan het tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
3. De tegemoetkoming wordt voor bepaalde tijd verlaagd of ingetrokken indien de belanghebbende door een handelen of nalaten dat hem kan worden toegerekend, het verwerven van passende arbeid heeft belemmerd.
4. Het recht op de tegemoetkoming gaat te niet indien de belanghebbende gedurende een al dan niet onderbroken periode van twee jaren uitsluitend ten gevolge van het in mindering brengen van inkomsten uit arbeid geen tegemoetkoming ingevolge deze wet heeft genoten.