BWBR0002737
Geldig vanaf 1971-01-01
Artikel 4
Besluit Bureau industriële eigendom 1970
Alvorens hun ambt of betrekking te aanvaarden leggen de ambtenaren en het overige personeel bij het Bureau voor de industriële eigendom, met uitzondering van de leden van de Octrooiraad, in handen van de Directeur de volgende eed of belofte af:
"Ik zweer/beloof, dat ik ijverig, nauwgezet en onpartijdig de plichten zal vervullen, welke het ambt (de betrekking) van ...... medebrengt, en met name geheim zal houden hetgeen mij uit hoofde van mijn ambt bekend is van de aanhangige octrooiaanvragen, voor zover zij niet krachtens enig wettelijk voorschrift openbaar zijn, en stipt zal helpen uitvoeren de hierbij in aanmerking komende wetten en algemene maatregelen van bestuur, en dat ik om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand middellijk of onmiddellijk enige belofte of enig geschenk zal aannemen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat beloof ik.
Ik verklaar, dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel dan ook, voor het verkrijgen van mijn aanstelling aan iemand, wie het ook zij, iets heb gegeven of beloofd.
Dat verklaar ik".
"Ik zweer/beloof, dat ik ijverig, nauwgezet en onpartijdig de plichten zal vervullen, welke het ambt (de betrekking) van ...... medebrengt, en met name geheim zal houden hetgeen mij uit hoofde van mijn ambt bekend is van de aanhangige octrooiaanvragen, voor zover zij niet krachtens enig wettelijk voorschrift openbaar zijn, en stipt zal helpen uitvoeren de hierbij in aanmerking komende wetten en algemene maatregelen van bestuur, en dat ik om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand middellijk of onmiddellijk enige belofte of enig geschenk zal aannemen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat beloof ik.
Ik verklaar, dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel dan ook, voor het verkrijgen van mijn aanstelling aan iemand, wie het ook zij, iets heb gegeven of beloofd.
Dat verklaar ik".