BWBR0002727
Geldig vanaf 1970-11-02
Artikel 3
Instelling Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen
1. De Raad bestaat uit:
de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
drie leden, benoemd door het Landbouwschap, waarvan twee leden deskundig op het gebied van teeltmateriaal van akkerbouwgewassen en één lid deskundig op het gebied van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen;
drie leden, benoemd door de Nederlandse Kwekersbond, de Vereniging voor de Handel in Landbouwzaaizaden, de Nederlandse Federatie voor de Handel in Pootaardappelen en de Centrale Vereniging voor de Coöperatieve Handel gezamenlijk;
twee leden, benoemd door de Nederlandse Vereniging voor de Teelt en de Handel in Tuinbouwzaden;
één lid, benoemd door het Produktschap voor Siergewassen;
vijf leden, benoemd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
één adviserend lid, benoemd door het Produktschap voor Landbouwzaaizaden;
één adviserend lid, benoemd door de Pootgoed-Contact-Commissie.
2. Bij verhindering van de voorzitter wijst deze een plaatsvervangend voorzitter aan.
3. De secretaris is een door de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen ambtenaar.
4. De voorzitter is bevoegd andere dan leden van de Raad uit te nodigen aan het overleg over bepaalde vraagstukken deel te nemen.
de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
drie leden, benoemd door het Landbouwschap, waarvan twee leden deskundig op het gebied van teeltmateriaal van akkerbouwgewassen en één lid deskundig op het gebied van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen;
drie leden, benoemd door de Nederlandse Kwekersbond, de Vereniging voor de Handel in Landbouwzaaizaden, de Nederlandse Federatie voor de Handel in Pootaardappelen en de Centrale Vereniging voor de Coöperatieve Handel gezamenlijk;
twee leden, benoemd door de Nederlandse Vereniging voor de Teelt en de Handel in Tuinbouwzaden;
één lid, benoemd door het Produktschap voor Siergewassen;
vijf leden, benoemd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
één adviserend lid, benoemd door het Produktschap voor Landbouwzaaizaden;
één adviserend lid, benoemd door de Pootgoed-Contact-Commissie.
2. Bij verhindering van de voorzitter wijst deze een plaatsvervangend voorzitter aan.
3. De secretaris is een door de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen ambtenaar.
4. De voorzitter is bevoegd andere dan leden van de Raad uit te nodigen aan het overleg over bepaalde vraagstukken deel te nemen.