BWBR0002718
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel 4a
Experimentenwet onderwijs
1. Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende werknemersorganisaties.
2. Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg over de in dat lid bedoelde aangelegenheden, voor zover dit betrekking heeft op een of meer door het bevoegd gezag in stand gehouden scholen, wordt gevoerd met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0020685" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet medezeggenschap op scholen</a>, van de desbetreffende school of scholen. Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.
3. Indien het overleg, bedoeld in het vierde lid, niet leidt tot een afronding overeenkomstig de op grond van dat lid vastgestelde voorwaarden, wordt alsnog over de desbetreffende aangelegenheden het overleg, bedoeld in het tweede en derde lid, gevoerd. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt.
4. Door vernummering vervallen.
5. Door vernummering vervallen.
6. Dit artikel is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg over de in dat lid bedoelde aangelegenheden, voor zover dit betrekking heeft op een of meer door het bevoegd gezag in stand gehouden scholen, wordt gevoerd met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0020685" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet medezeggenschap op scholen</a>, van de desbetreffende school of scholen. Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.
3. Indien het overleg, bedoeld in het vierde lid, niet leidt tot een afronding overeenkomstig de op grond van dat lid vastgestelde voorwaarden, wordt alsnog over de desbetreffende aangelegenheden het overleg, bedoeld in het tweede en derde lid, gevoerd. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt.
4. Door vernummering vervallen.
5. Door vernummering vervallen.
6. Dit artikel is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.