BWBR0002717
Geldig vanaf 1968-07-01
Artikel II
Premiespaarregeling Binnenlandse Veiligheidsdienst 1968
Voor de toepassing van de spaarregeling 1968 ten aanzien van belanghebbende wordt:
A. artikel 4 als volgt gelezen: 1. De belanghebbende kan op zijn bezoldiging een op hele guldens afgerond bedrag doen inhouden ter storting op een van dienstwege geopende spaarrekening. De inhouding bedraagt per maand niet meer dan f 42,-.
2. Bij de dienst wordt voor iedere belanghebbende, die een bedrag als bedoeld in het eerste lid doet inhouden, een afzonderlijke rekening bijgehouden.
3. De inhouding of wijziging van de inhouding, daaronder begrepen beëindiging van de inhouding, gaat uiterlijk in bij de uitbetaling van de bezoldiging over de tweede maand volgende op die, waarin het verzoek tot inhouding of tot wijziging van het bedrag van de inhouding is ingediend. Een verzoek als in de vorige volzin bedoeld mag slechts eenmaal met betrekking tot hetzelfde kalender-jaar worden ingediend.
1. De belanghebbende kan op zijn bezoldiging een op hele guldens afgerond bedrag doen inhouden ter storting op een van dienstwege geopende spaarrekening. De inhouding bedraagt per maand niet meer dan f 42,-.
2. Bij de dienst wordt voor iedere belanghebbende, die een bedrag als bedoeld in het eerste lid doet inhouden, een afzonderlijke rekening bijgehouden.
3. De inhouding of wijziging van de inhouding, daaronder begrepen beëindiging van de inhouding, gaat uiterlijk in bij de uitbetaling van de bezoldiging over de tweede maand volgende op die, waarin het verzoek tot inhouding of tot wijziging van het bedrag van de inhouding is ingediend. Een verzoek als in de vorige volzin bedoeld mag slechts eenmaal met betrekking tot hetzelfde kalender-jaar worden ingediend.
B. onder "bijzondere spaarrekening" verstaan: de afzonderlijke rekening;
C. het bepaalde in artikel 15 buiten toepassing gelaten.
A. artikel 4 als volgt gelezen: 1. De belanghebbende kan op zijn bezoldiging een op hele guldens afgerond bedrag doen inhouden ter storting op een van dienstwege geopende spaarrekening. De inhouding bedraagt per maand niet meer dan f 42,-.
2. Bij de dienst wordt voor iedere belanghebbende, die een bedrag als bedoeld in het eerste lid doet inhouden, een afzonderlijke rekening bijgehouden.
3. De inhouding of wijziging van de inhouding, daaronder begrepen beëindiging van de inhouding, gaat uiterlijk in bij de uitbetaling van de bezoldiging over de tweede maand volgende op die, waarin het verzoek tot inhouding of tot wijziging van het bedrag van de inhouding is ingediend. Een verzoek als in de vorige volzin bedoeld mag slechts eenmaal met betrekking tot hetzelfde kalender-jaar worden ingediend.
1. De belanghebbende kan op zijn bezoldiging een op hele guldens afgerond bedrag doen inhouden ter storting op een van dienstwege geopende spaarrekening. De inhouding bedraagt per maand niet meer dan f 42,-.
2. Bij de dienst wordt voor iedere belanghebbende, die een bedrag als bedoeld in het eerste lid doet inhouden, een afzonderlijke rekening bijgehouden.
3. De inhouding of wijziging van de inhouding, daaronder begrepen beëindiging van de inhouding, gaat uiterlijk in bij de uitbetaling van de bezoldiging over de tweede maand volgende op die, waarin het verzoek tot inhouding of tot wijziging van het bedrag van de inhouding is ingediend. Een verzoek als in de vorige volzin bedoeld mag slechts eenmaal met betrekking tot hetzelfde kalender-jaar worden ingediend.
B. onder "bijzondere spaarrekening" verstaan: de afzonderlijke rekening;
C. het bepaalde in artikel 15 buiten toepassing gelaten.