BWBR0002643
Geldig vanaf 1969-02-01
Artikel 2
Besluit aanvang bekostiging W.V.O.
1. Een verzoek, als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, om opneming in het plan wordt met de daarbij behorende prognose omtrent de te verwachten omvang van de school in zesvoud ingediend.
2. In het verzoek wordt vermeld, of de aanvrager in het eerste van de drie kalenderjaren waarvoor het plan wordt vastgesteld, aanvang van de bekostiging voor de desbetreffende school wenst.
3. Bij het verzoek worden, eveneens in zesvoud, onverminderd artikel 66, vierde lid, van de wet, de volgende gegevens overgelegd:
a. indien het verzoek wordt gedaan door een privaatrechtelijke rechtspersoon, een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten, gegevens omtrent de samenstelling van het bestuur en een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt uittreksel uit de notulen van de vergadering waaruit blijkt, dat de beslissing om het verzoek te doen rechtsgeldig is genomen;
b. indien het verzoek wordt gedaan door een gemeenteraad, een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit;
c. indien het verzoek wordt gedaan door een rechtspersoon in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aanduiding van het bestuursorgaan dat het verzoek doet, de tekst van de geldende gemeenschappelijke regeling en een afschrift van het besluit van het bevoegde orgaan om dat verzoek te doen;
d. indien het verzoek wordt ingediend namens een rechtspersoon als bedoeld onder a, b of c, een stuk waaruit blijkt, dat degene die het verzoek indient, hiertoe is gemachtigd, de gegevens die ingevolge dit lid voor overlegging in aanmerking zouden zijn gekomen, wanneer die rechtspersoon zelf de aanvraag zou hebben ingediend alsmede - indien de indiener rechtspersoon is - een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten van de indiener van het verzoek.
4. Indien het verzoek een bijzondere school betreft die is of zal worden opgericht voordat zij in het plan is opgenomen, deelt de aanvrager dit onder vermelding van de datum van oprichting mede.
5. Indien de in het derde en het vierde lid bedoelde gegevens reeds eerder zijn ingediend, kan naar die eerder overlegde gegevens worden verwezen, voor zover zij geen wijziging hebben ondergaan.
2. In het verzoek wordt vermeld, of de aanvrager in het eerste van de drie kalenderjaren waarvoor het plan wordt vastgesteld, aanvang van de bekostiging voor de desbetreffende school wenst.
3. Bij het verzoek worden, eveneens in zesvoud, onverminderd artikel 66, vierde lid, van de wet, de volgende gegevens overgelegd:
a. indien het verzoek wordt gedaan door een privaatrechtelijke rechtspersoon, een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten, gegevens omtrent de samenstelling van het bestuur en een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt uittreksel uit de notulen van de vergadering waaruit blijkt, dat de beslissing om het verzoek te doen rechtsgeldig is genomen;
b. indien het verzoek wordt gedaan door een gemeenteraad, een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit;
c. indien het verzoek wordt gedaan door een rechtspersoon in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aanduiding van het bestuursorgaan dat het verzoek doet, de tekst van de geldende gemeenschappelijke regeling en een afschrift van het besluit van het bevoegde orgaan om dat verzoek te doen;
d. indien het verzoek wordt ingediend namens een rechtspersoon als bedoeld onder a, b of c, een stuk waaruit blijkt, dat degene die het verzoek indient, hiertoe is gemachtigd, de gegevens die ingevolge dit lid voor overlegging in aanmerking zouden zijn gekomen, wanneer die rechtspersoon zelf de aanvraag zou hebben ingediend alsmede - indien de indiener rechtspersoon is - een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten van de indiener van het verzoek.
4. Indien het verzoek een bijzondere school betreft die is of zal worden opgericht voordat zij in het plan is opgenomen, deelt de aanvrager dit onder vermelding van de datum van oprichting mede.
5. Indien de in het derde en het vierde lid bedoelde gegevens reeds eerder zijn ingediend, kan naar die eerder overlegde gegevens worden verwezen, voor zover zij geen wijziging hebben ondergaan.