1. Inschrijving van rassen ingevolge het bepaalde in artikel 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, geschiedt ten name van degene, die het ras door eigen kweekarbeid heeft gewonnen.
2. Op verzoek van de kweker wordt de ingeschreven tenaamstelling gewijzigd.
1. De inschrijving wordt door de Raad ambtshalve vervallen verklaard:
a. indien gebleken is, dat degene te wiens name het ras is ingeschreven, dit niet meer onder toepassing van daartoe geëigende methoden in voldoende mate in stand houdt;
b. zodra zes maanden zijn verstreken sinds de jaarcijns verschuldigd is geworden, zonder dat betaling heeft plaatsgevonden.
2. De Raad kan te allen tijde door deskundigen een onderzoek doen instellen of het in het eerste lid onder agenoemde geval zich voordoet.
3. Van de vervallenverklaring wordt aantekening gedaan in het Nederlands Rassenregister.
Als landbouwgewassen bedoeld in artikel 18, twede lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwetworden aangewezen de onder I vermelde gewassen, behorend tot de daarachter onder II vermelde botanische soorten: