BWBR0002570
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 2
Besluit Categorieën Teeltmateriaal
1. Van rassen, behorende tot de krachtens artikel 87 van de wet aangewezen landbouwgewassen mogen, onverminderd de ter zake krachtens artikel 91 van die wet gegeven voorschriften, uitsluitend de volgende categorieën teeltmateriaal in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden:
a. prebasiszaad onderscheidenlijk prebasispootgoed;
b. basiszaad onderscheidenlijk basispootgoed;
c. gecertificeerd zaad onderscheidenlijk gecertificeerd pootgoed;
d. niet bewerkt teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht met het oog op de bewerking, voor zover de identiteit van dit zaad wordt gewaarborgd en het is goedgekeurd door de N.A.K. en ten bewijze daarvan is gewaarmerkt;
e. kleine hoeveelheden teeltmateriaal voor wetenschappelijke of kweekdoeleinden.
2. Van groenvoedergewassen mag, zolang Onze Minister van Landbouw en Visserij of het Produktschap voor Landbouwzaaizaden niet het tegendeel bepaalt, bovendien handelszaad in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden.
3. Onze Minister van Landbouw en Visserij of het Produktschap voor Landbouwzaaizaden kan bepalen, dat andere dan de in het eerste lid genoemde categorieën teeltmateriaal in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden.
4. Onze Minister van Landbouw en Visserij oefent de hem bij het tweede en derde lid gegeven bevoegdheden slechts uit, voor zover het Produktschap voor Landbouwzaaizaden ter zake geen voorziening treft.
a. prebasiszaad onderscheidenlijk prebasispootgoed;
b. basiszaad onderscheidenlijk basispootgoed;
c. gecertificeerd zaad onderscheidenlijk gecertificeerd pootgoed;
d. niet bewerkt teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht met het oog op de bewerking, voor zover de identiteit van dit zaad wordt gewaarborgd en het is goedgekeurd door de N.A.K. en ten bewijze daarvan is gewaarmerkt;
e. kleine hoeveelheden teeltmateriaal voor wetenschappelijke of kweekdoeleinden.
2. Van groenvoedergewassen mag, zolang Onze Minister van Landbouw en Visserij of het Produktschap voor Landbouwzaaizaden niet het tegendeel bepaalt, bovendien handelszaad in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden.
3. Onze Minister van Landbouw en Visserij of het Produktschap voor Landbouwzaaizaden kan bepalen, dat andere dan de in het eerste lid genoemde categorieën teeltmateriaal in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden.
4. Onze Minister van Landbouw en Visserij oefent de hem bij het tweede en derde lid gegeven bevoegdheden slechts uit, voor zover het Produktschap voor Landbouwzaaizaden ter zake geen voorziening treft.