BWBR0002563
Geldig vanaf 1967-03-11
Artikel 3
Vaststelling richtlijnen, als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Ziekenfondswet
Bij de herziening van de honorering voor de jaren 1968, 1969 en 1970 kan naast een trendmatige aanpassing worden betrokken de structurele verbetering van de materiële positie van de huisartsen tot een omvang als in het advies van de commissie ex artikel 49, tweede lid, van de Ziekenfondswetis aangegeven, met dien verstande, dat ter zake van die kostenelementen, waaromtrent genoemd advies een herberekening aanbeveelt, nadere in de loop van het jaar 1967 te voeren besprekingen tussen partijen dienen plaats te vinden, een en ander overigens los van de aan het advies van de commissie ten grondslag liggende overwegingen.
In afwijking van het advies van de commissie dient deze herziening in drie jaren gefaseerd ten uitvoer te worden gebracht, te beginnen op 1 januari 1968, het geheel behoudens onvoorziene door een calamiteit veroorzaakte omstandigheden.
Voor zover het nettohonorariumdeel betreft, wordt onder trendmatige aanpassing in deze richtlijn verstaan de trendmatige aanpassing, zoals deze voor de overheidssalarissen pleegt te worden toegepast.
Dit besluit wordt in de Staatscourantbekengemaakt. Het treedt in werking met ingang van 11 maart 1967.
In afwijking van het advies van de commissie dient deze herziening in drie jaren gefaseerd ten uitvoer te worden gebracht, te beginnen op 1 januari 1968, het geheel behoudens onvoorziene door een calamiteit veroorzaakte omstandigheden.
Voor zover het nettohonorariumdeel betreft, wordt onder trendmatige aanpassing in deze richtlijn verstaan de trendmatige aanpassing, zoals deze voor de overheidssalarissen pleegt te worden toegepast.
Dit besluit wordt in de Staatscourantbekengemaakt. Het treedt in werking met ingang van 11 maart 1967.