BWBR0002558
Geldig vanaf 2003-07-03
Artikel 12
Warenwetbesluit schiethamers
1. Een schiethamer en een splinterkop worden gekeurd.
2. De keuring van een schiethamer en van een splinterkap geschiedt door de keuring van een het type kenmerkend monster.
3. Degene die een keuring aanvraagt, stelt een schiethamer in een doos of kist als bedoeld in artikel 8ter beschikking van de aangewezen instelling. Bij deze schiethamer worden de in artikel 6bedoelde splinterkap of splinterkappen gevoegd, alsmede een door de aangewezen instelling aan te geven aantal pennen en patronen van de verschillende soorten, welke overeenstemmen met de aanwijzingen van de fabrikant, in de verpakking, bedoeld in artikel 9.
4. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een constructietekening en een afbeelding van de schiethamer;
b. een beschrijving van de veiligheidsinrichting, en
c. het bij de schiethamer behorende in de Nederlandse taal gestelde bedienings- en onderhoudsvoorschrift, bedoeld in artikel 7.
5. Als een het type kenmerkend monster van de schiethamer reeds is gekeurd in een van de staten die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gaat de aanvraag tevens vergezeld van het in die staat afgegeven certificaat van goedkeuring en van de meetgegevens op basis waarvan het certificaat is afgegeven.
6. Indien de aangewezen instelling vaststelt, dat het monster voldoet aan de voorschriften van Hoofdstuk II, wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven. Het nummer van het certificaat van goedkeuring met cijfers van ten minste 5 mm hoogte en een merk van goedkeuring worden ingeslagen op de plaats, bedoeld in artikel 3, derde lid. Iedere schiethamer die overeenkomstig het goedgekeurde, het type kenmerkende monster is vervaardigd wordt zonder nadere keuring van een merk van goedkeuring voorzien.
7. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot het waarmerken en bewaren van goedgekeurde, het type kenmerkende monsters en het certificaat en merk van goedkeuring nadere regels gesteld.
8. Bij ministeriële regeling kunnen fabrikanten en handelaren bevoegd worden verklaard tot het aanbrengen van het merk van goedkeuring. Aan een dergelijke bevoegdverklaring kunnen voorschriften worden verbonden.
2. De keuring van een schiethamer en van een splinterkap geschiedt door de keuring van een het type kenmerkend monster.
3. Degene die een keuring aanvraagt, stelt een schiethamer in een doos of kist als bedoeld in artikel 8ter beschikking van de aangewezen instelling. Bij deze schiethamer worden de in artikel 6bedoelde splinterkap of splinterkappen gevoegd, alsmede een door de aangewezen instelling aan te geven aantal pennen en patronen van de verschillende soorten, welke overeenstemmen met de aanwijzingen van de fabrikant, in de verpakking, bedoeld in artikel 9.
4. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een constructietekening en een afbeelding van de schiethamer;
b. een beschrijving van de veiligheidsinrichting, en
c. het bij de schiethamer behorende in de Nederlandse taal gestelde bedienings- en onderhoudsvoorschrift, bedoeld in artikel 7.
5. Als een het type kenmerkend monster van de schiethamer reeds is gekeurd in een van de staten die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gaat de aanvraag tevens vergezeld van het in die staat afgegeven certificaat van goedkeuring en van de meetgegevens op basis waarvan het certificaat is afgegeven.
6. Indien de aangewezen instelling vaststelt, dat het monster voldoet aan de voorschriften van Hoofdstuk II, wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven. Het nummer van het certificaat van goedkeuring met cijfers van ten minste 5 mm hoogte en een merk van goedkeuring worden ingeslagen op de plaats, bedoeld in artikel 3, derde lid. Iedere schiethamer die overeenkomstig het goedgekeurde, het type kenmerkende monster is vervaardigd wordt zonder nadere keuring van een merk van goedkeuring voorzien.
7. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot het waarmerken en bewaren van goedgekeurde, het type kenmerkende monsters en het certificaat en merk van goedkeuring nadere regels gesteld.
8. Bij ministeriële regeling kunnen fabrikanten en handelaren bevoegd worden verklaard tot het aanbrengen van het merk van goedkeuring. Aan een dergelijke bevoegdverklaring kunnen voorschriften worden verbonden.