BWBR0002507
Geldig vanaf 1963-01-01
Artikel 21
Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps
1. Indien een betrokkene een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering gaat genieten, of indien in het bedrag daarvan een wijziging wordt aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden van hemzelf, zijn echtgenoot of zijn kinderen, dan wel het genot van een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering eindigt, is hij gehouden hiervan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Indien de belanghebbende de in het vorige lid bedoelde kennisgeving niet onverwijld doet, gaat een vermindering van de beperking niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin de kennisgeving wordt gedaan of waarin ambtshalve vermindering van de beperking plaatsvond.
3. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het vorige lid buiten toepassing laten.
2. Indien de belanghebbende de in het vorige lid bedoelde kennisgeving niet onverwijld doet, gaat een vermindering van de beperking niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin de kennisgeving wordt gedaan of waarin ambtshalve vermindering van de beperking plaatsvond.
3. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het vorige lid buiten toepassing laten.