BWBR0002505
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 12
Ontgrondingenwet
1. Indien naar het oordeel van het ingevolge artikel 8, bevoegde gezag met de uitvoering van een ontgronding niet kan worden gewacht, kan dat gezag machtiging verlenen om, zolang op de aanvrage niet onherroepelijk is beslist, de uitvoering aan te vangen. Deze machtiging wordt niet verleend, zolang de in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde termijn niet is verstreken.
2. Deze machtiging wordt verleend onder de voorwaarde, dat zekerheid wordt gesteld voor de betaling van de kosten om de betrokken onroerende zaak in een zodanige toestand te brengen als bij deze machtiging wordt bepaald, indien de vergunning wordt geweigerd of van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt.
2. Deze machtiging wordt verleend onder de voorwaarde, dat zekerheid wordt gesteld voor de betaling van de kosten om de betrokken onroerende zaak in een zodanige toestand te brengen als bij deze machtiging wordt bepaald, indien de vergunning wordt geweigerd of van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt.