BWBR0002490
Geldig vanaf 1965-08-01
Artikel 3
Wet vernieuwing hypothecaire inschrijvingen 1964
1. De vóór 1 juli 1948 genomen hypothecaire inschrijvingen verliezen hun kracht met ingang van de dagtekening van de herinschrijving, of, zo zij niet binnen de in artikel 1gestelde termijn zijn vernieuwd, met ingang van de dag, volgende op die, waarop die termijn is verstreken. Bij het opmaken van afschriften en getuigschriften, als bedoeld zijn in artikel 1265 van het Burgerlijk Wetboek, worden de inschrijvingen welke ingevolge de vorige volzin hun kracht hebben verloren, buiten aanmerking gelaten.
2. De vernieuwing, binnen de in artikel 1gestelde termijn tot stand gebracht, verzekert aan de belanghebbenden dezelfde rang en dezelfde rechten, die zij door de oorspronkelijke inschrijving hadden verkregen.
3. De schuldeiser kan de binnen genoemde termijn niet vernieuwde inschrijving opnieuw doen bewerkstelligen overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek; alsdan worden de rang en de rechten van de belanghebbenden bepaald naar de dagtekening van de nieuwe inschrijving en is artikel 6niet van toepassing.
2. De vernieuwing, binnen de in artikel 1gestelde termijn tot stand gebracht, verzekert aan de belanghebbenden dezelfde rang en dezelfde rechten, die zij door de oorspronkelijke inschrijving hadden verkregen.
3. De schuldeiser kan de binnen genoemde termijn niet vernieuwde inschrijving opnieuw doen bewerkstelligen overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek; alsdan worden de rang en de rechten van de belanghebbenden bepaald naar de dagtekening van de nieuwe inschrijving en is artikel 6niet van toepassing.