BWBR0002479
Geldig vanaf 1965-02-18
Artikel 2
Besluit uitkeringsregeling officieren der krijgsmacht die voortijdig militaire dienst verlaten
1. De officieren en de reserve-officieren die behoren tot
a. de zeemacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1969 een voortijdig ontslag wordt verleend;
b. de landmacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1967 een voortijdig ontslag wordt verleend;
c. de luchtmacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1969 een voortijdig ontslag wordt verleend;
hebben
1°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de zeemacht, tot door Onze Minister naar korps, rang en ouderdom in die rang jaarlijks te bepalen aantallen;
2°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de landmacht, tot door Onze Minister naar wapen c.q. dienstvak, rang en ouderdom in die rang te bepalen aantallen;
3°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de luchtmacht, tot door Onze Minister naar dienstgroep, luchtmachtfunctie, rang en ouderdom in die rang jaarlijks te bepalen aantallen;
aanspraak op een geldelijke uitkering ten bedrage van achttien maal het bedrag van de laatstelijk door hen genoten militaire inkomsten.
2. Een uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister ter zake gestelde regelen.
a. de zeemacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1969 een voortijdig ontslag wordt verleend;
b. de landmacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1967 een voortijdig ontslag wordt verleend;
c. de luchtmacht, aan wie na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit doch vóór 1 juli 1969 een voortijdig ontslag wordt verleend;
hebben
1°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de zeemacht, tot door Onze Minister naar korps, rang en ouderdom in die rang jaarlijks te bepalen aantallen;
2°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de landmacht, tot door Onze Minister naar wapen c.q. dienstvak, rang en ouderdom in die rang te bepalen aantallen;
3°. wat betreft de officieren en de reserve-officieren van de luchtmacht, tot door Onze Minister naar dienstgroep, luchtmachtfunctie, rang en ouderdom in die rang jaarlijks te bepalen aantallen;
aanspraak op een geldelijke uitkering ten bedrage van achttien maal het bedrag van de laatstelijk door hen genoten militaire inkomsten.
2. Een uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister ter zake gestelde regelen.